C2000 is het communicatiesysteem enkel beschikbaar voor de hulpdiensten. Het zorgt ervoor dat hulpverleners 7 dagen per week, 24 uur per dag snel en betrouwbaar met elkaar en met de meldkamer kunnen communiceren. Dat is belangrijk om tijdig de juiste hulp te verlenen als dat nodig is.
Alleen voor hulpdiensten
C2000 is een gesloten mobiel netwerk en kent ruim 119.000 gebruikers! Hulpverleners gebruiken het tijdens hun dagelijkse werk maar ook bij evenementen, grote incidenten en rampen. Zij kunnen de meldkamer ook direct bereiken door een noodknop op hun portofoon. Daarnaast alarmeert de brandweer hun gebruikers via pagers, dit gebeurt met P2000 een onderdeel van het C2000-netwerk.
Alleen buitenshuis
Het C2000-systeem is ontwikkeld voor gebruik buiten op straat. In bouwwerken en voertuigen kán er C2000-restdekking zijn, maar dat is niet vanzelfsprekend. Voor voertuigen hebben hulpverleners andere instrumenten, bijvoorbeeld een mobilofoon. Als C2000-binnenhuisdekking in een bouwwerk nodig is, kan het ‘aangewezen’ worden als Special Coverage Location (SCL).
Het C2000-netwerk verbindt de hulpdiensten op straat met de tien meldkamers in Nederland via antennemasten. Daarmee heeft het netwerk een radiodekking van nagenoeg 100%.
Continue monitoring noodzakelijk
Er kunnen situaties ontstaan waarbij de radiodekking minder goed is, of zelfs wegvalt. Problemen kunnen ontstaan door veranderingen in het landschap, meer gebouwen of storende radiobronnen waaronder verkeerd geïnstalleerde en ondeugdelijke zonnepanelen. Hierdoor kan op een zonnige dag de dekking van C2000 in een specifieke omgeving opeens minder worden. Dit maakt het noodzakelijk om het C2000-netwerk constant te monitoren, onderhouden en verbeteren.
Verbeteringen netwerk
Om de radiodekking te verbeteren neemt LMS continu maatregelen. Zoals:
De hulpverleningsdiensten zorgen daarnaast dat ze het systeem zo efficiënt mogelijk blijven gebruiken.
In Nederland staan ongeveer 630 antennemasten voor C2000. Deze masten staan op de grond of op daken van gebouwen. Ze zijn allemaal met elkaar verbonden via speciale centrales. Dankzij deze masten kunnen hulpverleners vrijwel overal in Nederland (en een klein stukje over de grens) praten met de meldkamer via hun portofoon of mobilofoon. We bezitten ook mobiele zendmasten, deze kunnen worden opgesteld om bij evenementen of incidenten een optimale dekking te garanderen.
Hoe wordt een plek gekozen?
LMS doet eerst technisch onderzoek om te zien waar een mast het beste bereik heeft. Daarna wordt gekeken of het ook echt mogelijk is om daar te bouwen.
Informatie voor de buurt
Als de afspraak met de grondeigenaar klaar is, laten we dit weten via de lokale krant, Mijn Overheid en deze website. Zo kunnen buurtbewoners en andere belanghebbenden zien wat er gaat gebeuren. Voor een C2000-antennemast is geen omgevingsvergunning nodig. Dit betekent dat je geen officieel bezwaar kunt maken tegen het bouwen van een C2000-mast. Ook kun je niet naar de rechter kunt stappen om de bouw tegen te houden.
Zendmasten en elektromagnetische velden
C2000 voldoet aan de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie en de Europese Unie bij het gebruik van antennemasten. Het Antennebureau van de Rijksoverheid geeft meer informatie over de zendmasten die C2000 gebruiken, over de wetgeving en over de elektromagnetische velden die daarbij ontstaan.
Wil je reageren op de plannen voor het plaatsen van een C2000-mast?
Het netwerk is heel betrouwbaar. Veel onderdelen zijn dubbel uitgevoerd. Als er één onderdeel kapotgaat, neemt een ander onderdeel het werk over. Zo blijft het netwerk altijd werken.
De drie onderdelen van C2000
C2000 bestaat uit drie verschillende systemen:
Dit is het netwerk om mee te praten en gegevens te versturen. Als mensen het over C2000 hebben, bedoelen ze meestal dit systeem.
Dit is het systeem voor alarmmeldingen (piepers). Vooral de brandweer en ambulance gebruiken dit om personeel op te roepen.
Dit is het radiobediensysteem op de meldkamer.
Wat maakt dit systeem speciaal?
C2000 gebruikt een speciale techniek genaamd TETRA. Dit is anders dan een gewone mobiele telefoon om de volgende redenen:
Je hoeft geen nummer te kiezen. Met één druk op de knop kun je direct praten. Dit bespaart kostbare tijd.
Hulpverleners kunnen makkelijk in groepen praten met elkaar en met de meldkamer. Ook kunnen ze direct met elkaar praten zonder dat er een mast in de buurt is.
De gesprekken zijn beveiligd. Andere mensen kunnen de gesprekken niet afluisteren.
Samen met de hulpdiensten werken het Ministerie van Justitie en Veiligheid (de eigenaar van C2000) en LMS (de beheerder) aan een nieuw informatie- en communicatiesysteem. Ook het nieuwe systeem moet veilig, eenvoudig en betrouwbaar zijn. Zo gaat het nieuwe systeem werken op mobiele netwerken. Dat werkt veilig en sneller. Op het mobiele netwerk hebben hulpdiensten altijd voorrang. De ontwikkeling van het nieuwe systeem zit nog in de voorbereidende fase. Het huidige C2000-systeem blijft net zolang werken tot het nieuwe systeem voldoende functioneert.
Het Gelieerdenbeleid beschrijft welke instanties of personen toegang hebben tot C2000. In het beleid wordt onderscheid gemaakt in drie soorten gebruikers.
1. Aangewezen gebruikers
Dit zijn politie, brandweer, ambulancevoorzieningen en het ministerie van Defensie.
2. Gelieerde gebruikers
Zij ondersteunen de aangewezen gebruikers bij de uitvoering van hun taken in het verzorgingsgebied. Alleen aangewezen gebruikers kunnen hen aanmelden als gelieerde met onderstaande formulieren.
3. Bijzondere gebruikers
Het ministerie van Justitie en Veiligheid bepaalt wie dat zijn. Zij hebben een eigen taak op het terrein van openbare orde, veiligheid of hulpverlening en moeten op grond daarvan met de aangewezen gebruikers kunnen communiceren.
Het ministerie van Justitie en Veiligheid staat medegebruik van de C2000-antennemasten door derden onder strikte voorwaarden toe. Hierover zijn beleidsregels en procedures vastgesteld.
Redenen voor het toelaten van derden in de C2000-antennemasten zijn:
Alleen gecertificeerde randapparatuur wordt toegelaten op het C2000 netwerk. Een gemandateerde aanbieder van randapparatuur en/of -software kan hiervoor een C2000 Toelatingskeuring (CTK) aanvragen. Na goed resultaat verstrekt LMS een certificaat dat geldig blijft voor het betreffende type randapparaat in combinatie met de firmwareversie. Een nieuwe firmwareversie voor hetzelfde type apparaat vereist een nieuw certificaat.
Heb je een vraag over een geregistreerd certificaat, de status van je aanvraag of de vereisten/kosten van een keuring? Neem via onderstaande button dan contact met ons op.
Een certificaat zoeken voor een CTK-keuring kan via de volgende inlog: https://www.c2000.nl/loginform.php . Heb je geen inlog? Neem dan contact met ons op via onderstaande Contactbutton.
Soms is het voor de veiligheid belangrijk dat hulpverleners ook in een bouwwerk met C2000 kunnen communiceren. Zo’n bouwwerk heet een Special Coverage Location (SCL).
In een SCL wordt een technische installatie geplaatst die C2000-binnenhuisdekking biedt. De eigenaar van het bouwwerk moet deze technische installatie aan laten brengen en is verantwoordelijk voor de goede werking. De voorwaarden en mogelijkheden om een C2000-koppelvlak aan te vragen staan beschreven in Ministeriële Regeling Radiodekking C2000 in bouwwerken.
Aanvragen SCL
Als je eigenaar bent van een bouwwerk dat is aangewezen als SCL of als jij als objecteigenaar zelf C2000-binnenhuisdekking wilt, adviseert en helpt de Landelijk SCL-adviseur en/of het regionale SCL-loket je daarbij. Hulpdiensten, gemeente en de eigenaren van bouwwerken worden bij elkaar gebracht. Er is een handreiking waarin staat wie wat moet doen en hoe een bouwwerk aangewezen wordt als SCL.
Aansluiten SCL
Als een bouwwerk officieel een Special Coverage Location is, moet de technische installatie in het bouwwerk worden aangesloten op het landelijke C2000-netwerk. Dit wordt begeleid door het C2000-Coördinatiepunt van LMS. Je kunt alleen een C2000-koppelvlak aanvragen als:
Procedure aansluiten SCL op het C2000 netwerk
Voordat een aansluiting op het C2000-netwerk actief wordt, moet je een vaste procedure doorlopen. Klik hier voor de procedure